Autonome kunst of gebruikskunst

Langs de oever van het Noord-Willemskanaal in Groningen staat sinds kort het Proathoes van kunstenaar Frank Havermans. Een karaktervol kunstwerk met mooie verwijzingen naar de passerende scheepsvaart.

Het kunstwerk staat als bijna autonoom object op de locatie. In principe prima, ware het niet dat het object een ontworpen is als praathuis voor omwonenden en passerende wandelaars. Het initiatief om een kunstwerk te laten bouwen kwam van de buurt zelf, om zo meer contacten te kunnen leggen.  Het kunstwerk dient dus een functionele rol als ontmoetingsplaats.

Kunst een gebruikswaarde toekennen is een positieve ontwikkeling. Het blijkt dat de waardering van kunst in de openbare ruimte verhoogd wordt als het ook (functioneel) gebruikt kan worden. Daarnaast nodigt het creatief gebruik uit. Het prikkelt meer om dit karaktervolle uitkijkpunt te beklimmen, dan een standaard (en saai) ontworpen houten uitkijktorentje.

Het Proathoes blijkt echter onbenaderbaar, zowel vanaf de Hoornsedijk als vanuit de omliggende wijk. De steile dijkhelling en moerassige omgeving maakt dat bijna niemand de moeite neemt het kunstwerk te bezoeken; enkel diegenen die langswandelen met degelijke wandelschoenen ondernemen de uitdaging. Hierdoor blijven de bankjes rondom én bovenin het kunstwerk ongebruikt. Het resultaat is autonome kunst, zonder gebruiksmogelijkheden. Van een Proathoes is het daardoor tot op heden niet gekomen.

Helaas blijkt het keer op keer een grote opgave om gastvrije kunst te ontwerpen, die ook een functioneel faciliterende toevoeging aan de openbare ruimte biedt. Een reden om de kunstcommissie die de ontwerptrajecten van dit soort kunstwerken begeleiden uit te breiden naar een multidisciplinair team, waarin verschillende vakgebieden worden vertegenwoordigd. Dus niet alleen een team met kunstenaars en kunstliefhebbers, maar ook met sociaal geografen, antropologen en bouwkundigen.

Meer informatie over dit project op de website van het Centrum Beeldende Kunst.

Levensgroot Floriade-logo verschijnt op Grote Markt

Een guerrilla-actie die op de donderdagavond is bedacht, de dagen daarna is opgezet en op de woensdagochtend is uitgevoerd! Met als doel om de kandidatuur van Groningen voor de Floriade 2022 te ondersteunen. De actie heeft veel persaandacht gegenereerd.

Op woensdag 5 september om 10.30 uur verscheen op de Grote Markt in Groningen het logo van de Floriade Groningen 2022 in een supergroot formaat van 10 x 10 meter. Een actie van de Groningen Talent Group. De jongeren ondersteunen de Groningse kandidatuur en laten zo hun enthousiasme en betrokkenheid zien.

Zij mobiliseerden in no time leerlingen van een basisschool, van AOC Terra, medewerkers van het Waterbedrijf Groningen en de gemeente Groningen/Iederz, studenten van de universiteit (RUG) en de Hanzehogeschool en Fablab.

Met bloemen, groente, fruit, planten, blauwe emmertjes en stoepkrijt werden in een half uur de vlakken van het logo op kleur gevuld. Nadat dit kleurige feest uitgebreid was bewonderd, gefilmd en gefotografeerd, werd alles weer netjes opgeruimd.

Het resultaat van de actie is een filmpje, die naar de Nederlandse Tuinbouwraad wordt verstuurd. Zij maken binnen enkele weken de keuze welke plek (Groningen, Almere, Amsterdam of Boskoop) in 2022 de Floriade mag organiseren.

Meer info op de site van de Floriade-Groningen.

Groningen in kaart #1: de compacte stad?

Kaartmateriaal maakt het lezen en begrijpen van het (stedelijke) landschap gemakkelijker. In dit artikel: De ontwikkeling van de Groningse stadsgrens gedurende de afgelopen decennia. Is er nog wel sprake van een compacte stad?

De stad Groningen werd tot voor kort beschouwd als een van de laatst overgebleven echt compacte steden in Nederland. Een kenmerk van een compacte stad is de harde stadsgrens tussen rood (bebouwing) en groen (onbebouwd), die in Groningen tot het jaar 2000 scherp en duidelijk herkenbaar was. De bouwmanifestaties Intense Hoogbouw en Intense Laagbouw volgden op de jarenlange traditie van binnenstedelijk bouwen en herontwikkelen, waarbij gepoogd werd het compacte stedelijke karakter te behouden. Onderstaande kaart geeft cartografisch inzicht in de compacte stad Groningen, met de bijbehorende harde stadsgrens, rond het jaar 2000.

Maar wat is de huidige stand van zaken? Vooral aan de noordwestkant van de stad is het afgelopen decennium veel bijgebouwd, waardoor de karakteristieke harde stadsgrens verloren is gegaan. De tot voorheen prachtige bebouwingsgrens, gevormd door de zes Aquamarijnflats, vormen niet langer meer de herkenbare stadsgrens. De relatief ruim opgezette uitlegwijkjes Gravenburg, De Held en Reitdiepwijk zijn sinds 2000 buiten de toenmalige bebouwingsrand aangelegd. Een verrommeling van het open landschap is daardoor ontstaan, vooral nu de verdere invulling van de overgebleven stukken door de aanhoudende bouwcrisis is gestagneerd. Op onderstaande kaart is duidelijk te zien dat er een gatenkaas is ontstaan, waardoor er in dit deel van de stad niet meer gesproken kan worden over een compacte stad met een harde stadsgrens.

Aan de zuidoostzijde van de stad verrijst op dit moment de wijk Meerstad. Ook in dit project wordt er gebroken met het concept van de compacte stad. Het is te hopen dat de ruimtelijke kwaliteit van het leven in de stad Groningen, met op korte afstand een kwalitatief hoogwaardig buitengebied, in de verdere stadsontwikkeling behouden blijft en dat er geen Groningse variant van een urban sprawl ontstaat.

Aquamarijnflats Vinkuizen.

Architectuurenquête 2011-2012 Groningen

Tijdens de Dag van de Architectuur Groningen zijn de prijzen van de jaarlijkse Architectuurenquête uitgereikt. De Reitdiepschool – Rietwierde van Dok Architecten is de grote winnaar onder zowel de publieks- en vakjury. Lees hier het officiële jurycommentaar.

De twee vanuit geografisch oogpunt best geslaagde projecten van dit jaar:

De jongerenhuisvesting Eendrachtskade van WAL Architectenbureau.
Op een mooie genuanceerde doch karakteristieke manier ingepast in de stedelijke omgeving. Het ontwerp wordt gekenmerkt door een goede schaalverhouding in relatie met de belendende bebouwing.

De Reitdiepschool Reitwierde, door Dok Architecten.
De uiterlijke schaal en hoogte van het gebouw sluiten goed aan bij de ruimtelijk en semi-urbaan opgezette Reitdiepwijk. In dit ontwerp gelukkig geen grote architectonische gebaren en knetterende veelkleurigheid, maar gewoon een introvert gebouw zoals op deze plek gepast is.

Meer foto’s van de 16 genomineerde projecten zijn via Flickr te zien.

Hoogkerk ≠ suikerfabriek

Industriedorp Hoogkerk en de plaatselijke suikerfabriek Vierverlaten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De fabriek grenst aan het dorpscentrum en is fysiek overduidelijk in het gehele dorp aanwezig; daardoor heeft het dorp een bijzonder industrieel karakter. Tijdens de jaarlijkse bietencampagne wordt het dorp daarnaast ook nog eens gehuld in een karakteristieke weeïge geur.

Hieronder een fotoserie van het dorpsbeeld van Hoogkerk: de prachtige arbeiderswoninkjes in combinatie met de gigantische (55 meter hoge) silo’s van de suikerfabriek.

Een nieuw stukje stad?!

Op 550 meter loopafstand van de Grote Markt ligt sinds kort een nieuw stukje stad: het Open Lab Ebbinge. Een 4,5 hectare groot terrein met paviljoens, recreatievelden én een gloednieuw stukje infrastructuur dat het fietsnetwerk van Groningen enorm heeft verbeterd. Het Open Lab is een bottom-up geïnitieerd experiment om de negatieve gevolgen van de langdurige braakligging van het voormalige CiBoGa-terrein te doorbreken.

Tijdelijke stedenbouw
Het afgelopen jaar zijn er diverse pop-up paviljoens verrezen die een bijzonder contrast vormen met de meer definitieve en logge (steden)bouw in Stad en Ommeland. De paviljoens passen binnen een concept van tijdelijke stedenbouw, waarbij niet braakligging maar juist een stuk functionele openbare ruimte het gebied weer positief op de openbare stadsplattegrond zet.

Complementaire openbare ruimte
De openbare ruimte van het Open Lab is complementair aan de reeds bestaande openbare ruimten in Groningen. Er is een tekort aan hoogwaardige binnenstedelijke openbare ontspanningsruimte. Alleen het Noorderplantsoen voldoet aan deze typering en, in mindere mate, het Martinikerkhof en de tuin van de Nieuwe Kerk. Het Stadspark en recreatiegebied Kardinge liggen meer perifeer en zijn vooral in gebruik door bewoners van de satellietwijken en inwoners van de naoorlogse stedelijke schil.

Groningen kent ook veel semiopenbare woonhofjes, waar het prettig vertoeven is. Daarnaast zijn er een aantal grotere pleinen die veelal als markt- of horecaplein ingericht zijn. Openbare ruimte waar je kunt ontspannen zonder dat je een uitbater iets verplicht bent is helaas schaars. Dit in contrast met een stad als Barcelona; zowel aan de waterkant (Rambla del Mar en Moll d’Espanya) als de diverse pleinen (bijvoorbeeld Placa Reial) en de vele parken is het gastvrij verblijven. Natuurlijk werkt het Mediterrane klimaat enorm mee, maar het verschil met de openbare ruimten ten opzicht van Groningen lijkt duidelijk.

Meer gastvrije openbare ruimte
De ontwikkeling van de openbare ruimte op en rondom het Open Lab Ebbinge is daarom een welkome (en eigenlijk noodzakelijke) toevoeging op het totaalpakket aan openbare ruimten in het stedelijk centrum. Je kunt er je ‘eigen ding’ doen zoals studeren, voetballen, of een picknick houden. Diverse evenementenorganisaties beginnen het gebied ook te ontdekken, zoals blijkt uit het jaarlijks terugkerende festival Eurosonic en de openluchtbioscoop Zienemaan & Sterren. Kortom: een openbaar succes!

Ondanks dat de bouwgrond onder het Open Lab erg kostbaar is, zou het voor de stad Groningen goed zijn om meer hoogwaardige binnenstedelijke openbare ontspanningsruimte te ontwikkelen. Een aanzet hiertoe wordt gedaan met de diepenringvisie en de naast het Groninger Forum te ontwikkelen Nieuwe Markt. Het Open Lab kan als aanvulling daarop de perfecte Groninger variant van het gastvrije Berlijnse Mauerpark of Barcelonese Moll d’Espanya zijn!